Iedereen binnen de vereniging draagt bij aan een veilige en open sfeer binnen de vereniging. Hoe je dat aanpakt? Neem de tips hieronder maar eens door.

Stap 1: Spreek uit dat iedereen welkom is

Een vereniging waar iedereen zich thuis voelt begint met uitspreken dat iedereen welkom is. Als bestuurder doe je dat bijvoorbeeld tijdens de ALV. Als trainer tijdens de eerste training van het seizoen. Neem het ook op in het clubreglement. Bijvoorbeeld: ‘Binnen onze vereniging is iedereen welkom, ongeacht afkomst, uiterlijk of seksuele voorkeur’. Denk ook aan het aanstellen van een vertrouwenspersoon. Iemand waar leden in vertrouwen hun zorgen mee kunnen delen, bijvoorbeeld over hun thuissituatie of over pestgedrag.

 

Stap 2: Maak afspraken

Als bestuurder spreek je uit dat iedereen welkom is. Maar dat alleen is niet genoeg. Maak ook afspraken met trainers/coaches sporters en ouders. Afspraken over hoe jullie binnen de vereniging met elkaar omgaan. En over wat jullie doen om te zorgen dat iedereen zich thuis voelt binnen de vereniging. Zo komt het gesprek over verschillen, emoties en kwetsbaarheid binnen de club op gang. Sta bijvoorbeeld eens stil bij seksuele voorkeur: ga er niet automatisch vanuit dat iemand hetero is. Is iemand nieuw binnen de vereniging? Vraag dan of hij (of zij) een vriendin of vriend heeft. Zo maak je het bespreekbaar.

 

Stap 3: Geef het een vaste plek

Hoe meer aandacht je geeft aan het bespreekbaar maken van kwetsbaarheden, verschillen en emoties, hoe veiliger en plezieriger de sfeer wordt. Door aandacht te blijven geven wordt dit thema net zo vanzelfsprekend als praten over de opstelling en de stand op de ranglijst. Zet het thema daarom op de bestuursagenda. Denk na over wat jullie kunnen doen om te zorgen dat iedereen zicht thuis voelt. Help nieuwe jeugdtrainers en -coaches om dit thema bespreekbaar te maken binnen hun team of groep. Een taak die een bestuurder of vertrouwenscontactpersoon prima op zich kan nemen.

 

Stap 4: Ongewenst gedrag? Ga het gesprek aan!

Rooie, kanker, homo en pot: woorden die je vast weleens hoort tijdens een wedstrijd. Je zult maar rood haar hebben, een familielid hebben dat ziek is of homo, lesbienne of biseksueel zijn. Dan kunnen deze woorden hard aankomen. Spreek daarom af dat er niet gescholden en gepest wordt. Gebeurt het toch? Wijs dan op de afspraken die jullie hebben gemaakt en ga het gesprek aan. Vraag wat hij of zij ermee bedoeld. Maar ook om na te denken over de impact op iemand die rood haar heeft, of homo is.